Home » News » Woonzorgcentra voor senioren moeten zich heruitvinden

Woonzorgcentra voor senioren moeten zich heruitvinden

© SPRYG - Dirk Dewolf
[+] © SPRYG - Dirk Dewolf

[+] © SPRYG

[+] © SPRYG - Kris Liesse - direteur Business Centre Antwerpen Haven, Real Estate en Institutionelen bij ING Belgium

Op 14 september 2017 organiseerde SPRYG al voor het vijfde opeenvolgende jaar het congres ‘Zorgvastgoed België’. Als rode draad was er de vaststelling dat mensen niet alleen langer in goede gezondheid leven, ze leven en denken ook anders dan de senioren die vandaag gehuisvest zijn in het aanbod zorgvastgoed.

Dirk Dewolf, administrateur-generaal bij het Agentschap Zorg & Gezondheid opende met een blik op de vergrijzingsgolf. Vandaag is 20% van de bevolking ouder dan 65 jaar. In 2030 zal dat al 1 op 4 zijn. De woonzorgcentra worden vandaag bewoond door senioren uit de periode net voor of na WOII. Hun leefwereld verschilt grondig van de doelgroep die nu wordt aangesproken door woonzorgcentra. Meer dan ooit geldt de nadrukkelijke wens om zo lang mogelijk thuis te blijven leven (77% van de Vlamingen). Een WZC is voor vele senioren vandaag slechts een optie na hun 80e verjaardag. De exploitatie van woonzorgcentra moet zich dan ook aanpassen aan de nieuwe generaties die er hun intrek zullen nemen. De leefomgeving en bijgevolg het vastgoed, moet beter aangepast zijn aan de leeftijden, waarbij niet langer mag uitgegaan worden van 65+ als ‘senioren’, maar de leeftijdsgroep vanaf 65+ gefaseerd dient benaderd te worden in 3 of zelfs meer leeftijdscategorieën.
Dirk Dewolf pleitte voor het inrichten van ‘buurtgerichte zorg’ en het maximaal mobiel houden van 65+ers door het voorzien in een aangepast openbaar vervoer. Daarnaast ziet hij een veel rijkere variatie aan vastgoedvormen met zorg als geïntegreerde component of als externe dienstverlening.
Het volstaat niet langer om de snelle vergrijzingsgolf op te vangen door te voorzien in een aangepast aantal ‘bedden’; vastgoed en zorg moeten maximaal afgestemd worden op de noden en leefwijze van de leeftijdscategorieën boven de 65 jaar. In deze visie wordt ook het toenemend belang benadrukt van korte- en dagverblijfformules.
Als gevolg van de meeste recente staatshervorming worden ook op het vlak van sociale bescherming meer bevoegdheden toegekend aan de gewesten. Wat Vlaanderen betreft, wordt het beleid rond erkenning van woongelegenheden voor senioren en reconversie van gebouwen verdergezet. Er is tevens beslist tot reconversie van de huidige 45.923 ROB-bedden (Rustoorden voor Bejaarden) naar RVT-bedden (Rust- en verzorgingstehuis) met een gunstiger subsidieregeling binnen woonzorgcentra. Uitdagingen zijn het verhogen van het aanbod geestelijke gezondheidszorg en de financiële toegankelijkheid van woonzorg. Dirk Dewolf besloot: “Zorgvastgoed moet meer zijn dan een beleggingsproduct. De focus van zorgvastgoedontwikkeling moet liggen op het klantenperspectief, op het aanbieden van een warme thuis voor de diverse leeftijdscategorieën”.

Meer aandacht voor de zorgcomponent
Kris Liesse, direteur Business Centre Antwerpen Haven, Real Estate en Institutionelen bij ING Belgium, stelde een studie voor die bevestigde dat 65 vandaag als te jong wordt ervaren om over te stappen naar een assistentiewoning. Amper 14% toont interesse, terwijl zowat 50% van de bevraagden het absoluut niet ziet zitten om naar een assistentiewoning te verhuizen. Pas vanaf 75 jaar ziet 18% van de geënquêteerden daar voordeel in. Bij 85-jarigen is bijna 1 op 4 overtuigd van de voordelen van een assistentiewoning.
Voor het toekennen van kredieten voor de bouw van assistentiewoningen neemt ING Belgium veel criteria onder de loep, met toenemend accent op het aanbod en de kwaliteit van de zorgcomponent. Kris Liesse: “Vandaag wordt nog teveel gedacht in vastgoed en te weinig aan zorg en dienstverlening”. Bij het onderzoek van het kredietdossier wordt het aanbod afgewogen tegenover de verwachte noden in de regio, de prijszetting vergeleken met de regionale koopkracht, of een project mikt op een specifieke doelgroep dan wel diversifieert, wat de verwachte bewonerssamenstelling is (eigenaars – gebruikers <> eigenaars - investeerders).
Wanneer gevraagd wordt naar wat een assistentiewoning zou mogen kosten, geeft 40% van de bevraagden € 800 als gemiddelde aan. Wat oudere personen (55 – 65 jaar) vermelden een realistischer prijsniveau; 10% van hen geeft € 1400 tot € 1600 op als maandelijkse kost. De mediaan in Vlaanderen ligt vandaag bij € 1244, doch minder dan 1 op 5 is bereid dat bedrag te besteden.
Kris Liesse wees op de toenemende concurrentie voor assistentiewoningen vanuit diverse alternatieven, waardoor ze meer aandacht moeten besteden aan het zich onderscheiden.
Eduard Codde
26-09-2017